ROMANTIC

VICTORIAANS INFORMATIE PATCHWORK NAAMKAARTEN FOTOGRAFEREN SIERADEN TUIN HUISDIEREN SCHILDEREN MERKLAPPEN BROCANTE KLEDERDRACHTEN VERBOUWING HUIS

 

Met klederdracht of streekdracht wordt bedoeld de traditionele kleding die in gemeenschappen gedragen werd door een groot deel van de bevolking.

In de wetenschap wordt de voorkeur gegeven aan de term "streekdracht" omdat de dracht typisch is voor een bepaalde regio (bv. Walcheren, Zuid-Beveland of de Noord- Veluwe) of soms ook een enkel dorp (bv. Volendam, Scheveningen, Urk). "Klederdracht" zou ook betrekking kunnen op kleding die hoort bij een bepaald beroep of een bepaalde religieuze groep. Toch zijn ook beroep en godsdienstige achtergrond van invloed op de streekdracht. In Bunschoten- Spakenburg waren er bijvoorbeeld (kleine) verschillen tussen de boeren- en de vissersdracht en in Scheveningen mocht een meisje alleen nettenboetster worden als zij in dracht was. In Zuid-Beveland bestaan er verschillen tussen de dracht van protestanten en die van rooms-katholieken en in het Gooi/ Eemland werd de vierkante kap met bijbehorende kleding uitsluitend door katholieken gedragen.

 

 

Kenmerkend voor de volksdrachten is bijvoorbeeld een kledingstuk als de kraplap. Dit is een rechthoekig stuk stof waarmee aan de voorkant de borst en aan de achterkant de rug wordt bedekt. Voor- en achterzijde zijn, met een uitsparing voor de hals, aan elkaar genaaid. Van oorsprong behoorde de kraplap eigenlijk tot de onderkleding en was dan een tamelijk onopvallend kledingstuk, maar in de verschillende drachten heeft de kraplap een eigen ontwikkeling doorgemaakt. Het meest spectaculair was die ontwikkeling in Bunschoten-Spakenburg, waar de kraplap zich ontwikkelde tot een hard gesteven "harnas" dat zeer kenmerkend is geworden voor de dracht uit die plaats. Elders, bv. in Volendam, wordt de kraplap nog bedekt door een jakje, maar met uitsparingen aan de voor- en achterzijde zodat de bloemenversiering op de "kraplap" duidelijk opvalt. Soortgelijke ontwikkelingen hebben ook de gevouwen doek, die over de kraplap heengaat, en het oorijzer gekend. Tot de volksdrachten zou je kunnen rekenen de drachten van o.a. Staphorst, Spakenburg, Marken, Walcheren en Zuid-Beveland

Bij de Nederlandse streekdrachten zou je een onderscheid kunnen maken tussen "volksdrachten", vaak teruggaand op kledingvormen uit de 17e eeuw, en "modedrachten" ontstaan uit de 19e eeuwse mode

 

Over de klederdracht van mannen valt wat minder te vertellen. Een van de redenen is dat de mannendracht over het algemeen minder verschilt van de burgerdracht dan die bij de vrouwen. Ook is het zo dat meestal de mannendracht tenminste één generatie eerder uitsterft dan de vrouwendracht. Alleen Urk lijkt op deze regel een uitzondering te vormen.

Typisch voor veel mannendrachten is de zgn. "klepbroek", die niet met een rits maar met een klep gesloten wordt, en de gouden "keelknopen" waarmee het hemd wordt gesloten

Dit zijn zilveren keelknopen.

Zilveren broekstukken, werden als gesp boven aan de broek gedragen.